Toon tien jaar dood

Posted by Caroline Lichtenberg on februari 3, 2011 in Uncategorized |

Toon Hermans is 10 jaar dood en het hele jaar zijn er allerlei activiteiten geweest door het hele land. Afgelopen donderdag ging de musical ‘Toon’ in première, waar Alex Klaasen in de huid kruipt van de kleinkunstlegende.

Als ik aan Toon Hermans denk, voel ik de gezelligheid uit mijn jeugd. Al schitterde Toon Hermans vooral in de jaren ’50, ’60 en ’70, in de jaren ’80 ben ik toch een beetje met hem opgegroeid. Niet fysiek natuurlijk, maar in mijn opvoeding. Mijn familie is Limburgs, misschien dat dat ermee te maken had (Toon komt uit Sittard). Als kind, maar ook als volwassene kon en kan ik ontzettend om hem lachen. Het was een kleinkunstenaar met een grappige mimiek en zijn teksten en liedjes waren niet shockerend. Hij kon een hele zaal aan het lachen krijgen door alleen maar te wachten. Of met een stoel op het podium lopen en aanwijzen waar “zijn zuster had gezeten”. Veel conferences nowadays gaan over dezelfde onderwerpen; vrouwen, seks, minderheden. Terrorisme en sinds november dit jaar helpdeskterreur. Onderwerpen waar allemaal niets mis mee is, maar ze liggen wel voor de hand.
Toon Hermans had niets of nauwelijks wat met die topics en hield het simpel. En dat is talent. Vind ik. Een volledige zaal aan het lachen krijgen door een depressief verhaal over ‘Snieklaas’ te delen met het publiek. Liedjes over rode rozen en ballonnen.
Men zegt weleens dat je Toon in die tijdgeest van toen moet zien. Misschien waar, maar toch denk ik dat het als (klein)kunstenaar of cabaretier niet nodig hoeft te zijn om voortdurend te willen shockeren. We kijken immers nergens meer van op. Vrouwen en seks, die grappen kennen we nu wel. En dat Turken en Marokkanen het moeten ontgelden; in veel werk van cabaretiers zijn zij meestal de Sjaak, dus ook niet verrassend meer.
Ik vind het gedurfd dat Alex Klaasen in de huid kruipt van Toon, maar tegelijk vind ik het ook mooi dat hij dit doet uit eerbetoon. Zodat twintigers nieuwsgierig worden, misschien de shows van Toon toch eens gaan bekijken op DVD en tot de conclusie komen dat hij eigenlijk wel heel erg leuk was. En stiekem ook tijdloos, al durven ze dat misschien niet toe te geven. Want van hetzelfde houden waar je ouders van houden, dat kan niet. Dat is niet stoer. Of misschien toch wel?

Toen ik klein was en ziek of chagrijnig, plaagde mijn vader me weleens door een liedje te zingen van Toon, genaamd “O Carolien, O Carolien, heb je nog die blauwe ogen, o Carolien.”
En met carnaval in Heerlen was het standaard dat dit liedje minimaal drie keer de revue passeerde in één van de kroegen waar ik vroeger met mijn familie kwam. Ook al waren het de jaren ’80.

Ik ergerde me er kapot aan. Wat een stom lied. En wat een stomme, stomme naam had ik toch. Dat dacht ik toen ik een klein meisje en tiener was. Wie heet er nou Carolien, om te beginnen. Stomme naam. Ook al schrijf je mijn naam anders, op zijn Frans, en ook al hebben mijn ouders er de mooiste ideeën bij gehad (zo vertelde mijn vader laatst dat ik was genoemd naar de dochter van JFK) ik vond het een stomme naam. En dat Toon Hermans er een liedje over zong vond ik al helemaal belachelijk. En “Heb je nog die blauwe ogen.” Waar sloeg dat op. Als die Carolien blauwe ogen had toen ie haar ontmoette, had ze die later toch nog steeds? Ze verschieten echt niet finaal van kleur. Zo van: “Heb je nog die blauwe ogen?” “Nee, ze zijn inmiddels donkerbruin geworden, leuk hè? En als we elkaar over een jaar weer zien, zijn ze grijs. Of groen.”
Belachelijk.

Maar gaandeweg word je ouder, volwassener en minder recalcitrant. Op sommige vlakken, althans. En dan besef je ineens dat het best een vrolijk liedje is. Of neem nou een kerstscène. “De man z’n vrouw had altijd watjes in de oren en die staken er aan beide kanten uit. En na de kerst maakte ze een etalage van sneeuw met die watjes. Sneeuwvlokken. Zag je die watjes aan draadjes. Na de kerst stopte ze de watjes weer in de oren.”
Een simpelere tekst bestaat niet. Een maffe tekst is het ook. Als een willekeurig iemand dit zou voorlezen, zou je denken: ” Die is niet helemaal goed meer, misschien moeten we iemand bellen of zo.”
Als Toon de tekst oplas of acteerde, lag een complete zaal dubbel. En werd er niemand gebeld. Ja, misschien belden mensen elkaar later om te zeggen dat Toon toch wel hilarisch is met z’n tekst over die watjes.

Toegegeven, de tijden waren anders en er speelden andere dingen in de actualiteit. Maar ook in deze twitter/hyves/facebookmaatschappij, sterker nog: juist in die twitter/hyves/facebookmaatschappij is het toch ook goed om stil te staan bij de leuke en simpele humor van 1 man die een hele zaal onbedaarlijk aan het lachen kreeg. Als Meneer Verkade, of als een ornitholoog. En waar een prijs als de Poelifinario naar is vernoemd. Een grootmeester in de kleinkunst. Een clown in veel kleuren, een inspiratiebron voor cabarettalenten van nu en cabarettalenten in de dop.

Hieronder een You-Tube fragment van ‘Snieklaas’

YouTube voorvertoningsafbeelding

En hieronder kun je kijken naar Meneer Verkade in ‘Wat ruist er door het struikgewas’.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Verder kun je hier een artikeltje lezen dat ik schreef over de musical ‘Toon’ voor HumorTV.nl. Bekijk hieronder een interviewfragment van Alex Klaasen waarin ook een stukje uit de musical zit.

Bron foto: humortv.nl

Tags:,

Copyright © 2011-2012 All rights reserved.
Desk Mess Mirrored version 1.9 theme from BuyNowShop.com.